Een autostoeltje heb je al nodig voor de rit naar huis uit het ziekenhuis. Het is ook het product met de meeste afkortingen. Hier staan ze op een rij.

De wet in het kort

In Nederland moeten kinderen die kleiner zijn dan 1,35 meter in de auto in een goedgekeurd kinderzitje zitten. Een stoeltje is goedgekeurd als het een oranje keurlabel heeft met ECE R44/04 of R129 (i-Size).

R129 (i-Size): de huidige norm

i-Size is de nieuwste Europese norm voor autostoeltjes. De belangrijkste verschillen met de oude norm:

  • Je kiest op lengte, niet op gewicht. Een i-Size-stoeltje staat bijvoorbeeld voor 40–87 cm. Dat is makkelijker te controleren dan gewicht.
  • Achterwaarts rijden tot minstens 15 maanden is verplicht. Een baby heeft een zwaar hoofd en een zwakke nek, en achterwaarts vangt het stoeltje de klap van een frontale botsing veel beter op.
  • Er is ook een zijaanvaringstest. De oude R44-norm testte alleen frontaal en van achteren.

Veel experts raden aan om je kind zo lang mogelijk achterwaarts te laten rijden, het liefst tot een jaar of vier. Daar zijn speciale stoeltjes voor.

R44/04: de oude norm

R44-stoeltjes werken met groepen op gewicht:

Groep Gewicht Ongeveer
0+ tot 13 kg 0 – 15 maanden
1 9 – 18 kg 9 maanden – 4 jaar
2/3 15 – 36 kg 4 – 12 jaar

Sinds 1 september 2024 mogen winkels in de EU geen nieuwe R44-stoeltjes meer verkopen. Een R44-stoeltje dat je al hebt mag je wel blijven gebruiken. Koop je nu iets nieuws, kies dan i-Size.

Isofix: vast in de auto

Isofix is een manier om het stoeltje te bevestigen: twee metalen beugels in de auto, tussen de zitting en de rugleuning, waar het stoeltje of een basis in klikt. Daardoor is het veel minder makkelijk om het stoeltje verkeerd vast te zetten dan met de autogordel.

Een Isofix-stoeltje heeft altijd ook een derde steunpunt tegen kantelen: een steunpoot naar de vloer of een top tether (een riem naar een haak achter de stoel). Check of je auto daarvoor geschikt is. Bij een steunpoot mag er bijvoorbeeld geen opbergvak in de vloer zitten.

Babyzitje met of zonder basis?

Voor de eerste maanden kies je meestal een babyzitje (een "maxi-cosi"), dat je met het hengsel meeneemt. Er zijn twee manieren om het vast te maken:

  • Met de autogordel: goedkoper en het past in elke auto, maar je moet het elke keer goed doen.
  • Op een Isofix-basis: het zitje klikt erin. Dat is handig als je vaak rijdt, maar de basis kost extra. Vaak past de basis ook het volgende stoeltje van hetzelfde merk.

Handige tips

  • Kijk op de lijst met auto's van de fabrikant. Niet elk stoeltje past in elke auto, vooral met een steunpoot of in kleine auto's.
  • Zet de airbag uit als je een achterwaarts stoeltje voorin zet. Dat is verplicht.
  • Houd je aan de twee-uursregel. Laat een baby niet langer dan ongeveer twee uur achter elkaar in een babyzitje zitten, ook niet op het onderstel van de kinderwagen.
  • Koop liever niet tweedehands van een onbekende. Je weet niet of het stoeltje een ongeluk heeft gehad. Na een aanrijding moet je een stoeltje meestal vervangen.
  • Geen dikke jas onder de gordels. Die drukt bij een botsing in elkaar, waardoor de gordels te los zitten. Leg de jas of een dekentje er liever over.

Autostoeltjes vergelijken

Op KraamRadar zie je per autostoeltje en Isofix-basis wat het bij verschillende babywinkels kost, en hoe de prijs zich de afgelopen tijd heeft ontwikkeld.

Dit artikel geeft algemene informatie. Volg altijd de handleiding van je autostoeltje en van je auto.